Commando’s

Commando’s tijdens het fietsen in groepen:

* STOP Bij het moeten stoppen: steekt de voorrijder een hand op. Iedereen gehoorzaamt dit commando en geeft dit door!
* VRIJ als weer verder gereden kan worden.

* LINKS of RECHTS Bij links- en rechtsaf: de voorrijders steken de desbetreffende hand op.
Bij twijfel links- of rechtsaf niet gokken, maar langzaam rechtdoor fietsen.

* RITSEN Wanneer ritsen noodzakelijk is geeft de voorrijder dit aan door de hand op te steken met de palm in de rijrichting.

* TEGEN Bij rijdend tegemoet komend verkeer, iedereen ritst of geeft ruimte.

* VOOR Bij het gaan passeren van een stilstaand object en/of het passeren van rijdend voertuig.
Commando: , iedereen ritst of geeft ruimte.

* LAATSTE De laatste persoon geeft aan medeweggebruikers door dat de groep voorbij is.

* ACHTER Bij achteropkomend verkeer, iedereen ritst of geeft ruimte.

* LEK Bij pech of lek rijdt iedereen naar een veilige plek d.i. een inrit of brede berm alwaar de pech kan worden verholpen. Blijf niet midden op de weg staan.

* TAK, PAALTJE, GAT oid Elk obstakel op de weg wordt duidelijk doorgegeven, zowel mondeling als in gebaar.

Absoluut uit den boze zijn abrupte koerswijzigingen en/of plotseling remmen.