Gooise Wielerclub de Adelaar

Historie

De Gooise Wieler Club De Adelaar is dé wieler- en toerclub van het Gooi en omstreken. Wielrenners en toerfietsers kunnen bij ons terecht voor deelname aan wedstrijden, toertochten, mountainbiken en trainingen in groepsverband.

De Adelaar bestaat sinds 1927 en is één van de oudste wielerverenigingen in Nederland. De vereniging is van oudsher gezeteld in Hilversum en heeft in de ruim tachtig jaar vele bekende renners voortgebracht. De vereniging beschikt over een uitstekend cyclocross parcours bij het clubhuis in Hilversum en een geasfalteerd trainingsparcours op het MOB terrein in Bussum. Hier wordt zomers een wegcompetitie verreden. Vooral voor de opleiding van jeugdrenners is een afgesloten trainingsparcours een voorwaarde. De Adelaar heeft inmiddels een grote en levendige jeugdafdeling, een actieve wedstrijdafdeling en organiseerd hiervoor per jaar 4 grote evenementen.

Naast de wedstrijdsectie kent de GWC de Adelaar een ruim 200 leden tellende Toerafdeling, die jaarlijks groeit en veel tochten en evenementen organiseert. Via de link “Toerafdeling” vindt U meer informatie. Liefhebbers van wielrennen en fietsen in het Gooi, Wijdemeren, Baarn, Soest en omstreken ontmoeten elkaar bij de Adelaar!

 

Geschiedenis van het Gooische wielrennen, 1927-1945

De Gooise Wieler Club De Adelaar is dé wieler- en toerclub van het Gooi en omstreken. Wielrenners en toerfietsers kunnen bij ons terecht voor deelname aan wedstrijden, toertochten en trainingen in groepsverband. 
De Adelaar bestaat sinds 1927 en is één van de oudste wielerverenigingen in Nederland. De vereniging is van oudsher gezeteld in Hilversum. De club heeft in ruim tachtig jaar veel bekende renners voortgebracht, zoals Evert Grift, Nico Lute, Gerrit de Weert en Splint Spierenburg. Bekende namen uit de latere periode zijn René Beuker en Cora Westland. De betonnen wielerbaan van De Adelaar in sportpark Anna’s Hoeve verwierf landelijke bekendheid in de jaren vijftig en zestig. Vele prominente baanrenners draaiden hier hun rondjes. Toen die baan in verval kwam braken moeilijker tijden aan. Een vereniging zonder accommodatie kan moeilijk uit de voeten. 
Sinds begin jaren negentig beschikt de vereniging over een uitstekend cyclocross parcours. Dit ligt rond het clubhuis aan het Kininelaantje op Sportpark Berenstein, op de grens van Hilversum en ’s Graveland. Daar worden van oktober tot en met januari veldrittrainingen gehouden voor jeugd en senioren.

Wielrennen is één van de oudste sporten. Er zijn in Nederland veel streken die een lange geschiedenis kennen qua wielerclubs, maar Hilversum en omstreken is wat dat betreft bijzonder. De Gooische Wieler Club de Adelaar (opgericht 23 februari 1927) is namelijk één van de oudste clubs die nog een actieve wedstrijdafdeling heeft.
De periode waarin De Adelaar werd opgericht, was geen goede tijd om je met wielrennen bezig te houden. Tussen 1905 en 1935 was er namelijk een verbod op wielerwedstrijden op de openbare weg, omdat men het onzedelijk vond wanneer mannen in korte broeken zich in het zweet werkten. Verschillende clubs, inclusief De Adelaar, hadden een manier gevonden om deze wet te ontduiken door het organiseren van zogenaamde ‘betrouwbaarheidsritten’. De deelnemers van deze ‘ritten’ kregen, voor elke minuut dat ze later dan een voorgeschreven tijd over de finish kwamen, strafpunten. De strafpunten waren zo ingedeeld dat degene die als eerst zijn wiel over de finish drukte, de minste strafpunten kreeg en dus de wedstrijd gewonnen had.
De oprichters van De Adelaar, o.a. Kees Franssen, Geurt van Breukelen en Wim Houtkamp, waren zelf professionele renners. De oprichtingsvergadering werd gehouden in de Karseboom aan de Groest (tegenwoordig Musk). De Karseboom was in het begin het centrum van de meeste clubactiviteiten. Er werden zelfs wedstrijden georganiseerd binnen in het café met een soort spinningfietsen.
Aanvankelijk werden er alleen maar illegale clubwedstrijden op de weg gereden. Naast het nog geldende verbod op wegwedstrijden, was het verplicht om een belastingplaatje op je fiets te hebben. Racefietsen hadden dat niet en wanneer je dan aangehouden werd door een agent, leverde dat een rijksdaalder boete op. Dit waren aanzienlijke bedragen, wanneer je bedenkt dat de contributie van de wielerclub een dubbeltje per week was voor een amateur en een kwartje voor een prof. Het kon zelfs gebeuren dat de koplopers in een wedstrijd aangehouden werden door de wijkagent voor een controle.

 

De wedstrijden

In de beginjaren was de Gooische club de enige club in de omgeving. Er werden clubwedstrijden georganiseerd op de openbare weg. De lange wedstrijden begonnen op de Roskam aan de Soestdijkerstraatweg en gingen via Amersfoort, Apeldoorn en Arnhem om weer op het beginpunt te finishen, een wedstrijd van 180 kilometer. Er werd toen enkel voor de lol gereden, geld viel er niet mee te verdienen. De eerste wedstrijd werd gewonnen door Henk Thiel (foto). De wedstrijden waren op zondag, wat vaak tot problemen leidde in de gereformeerde dorpen op de route, zoals Lunteren, Millingen en Woudenberg. Als van tevoren bekend was dat er een wedstrijd gereden zou worden, stond er een agent de renners op te wachten om ze te beboeten. De sprintwedstrijden werden gehouden op de Groest op 31 augustus (koninginnedag toentertijd). John Schlebaum (foto) won deze wedstrijd door zijn directe tegenstander in de finale te verrassen met een venijnige versnelling. In 1936 werd de eerste Wielerronde van Hilversum verreden rond de vijver aan de Lorentzweg. Later vond de Midden Nederland Competitie plaats, waaraan de verenigingen uit Soest, Amersfoort en Utrecht ook mee gingen doen. Deze competitie bestaat tot op de dag van vandaag en de verslagen worden, net zoals vroeger, gepubliceerd in deze krant.

 

Het sociale milieu van de leden

Wielrennen was niet zomaar een sport die je ging bedrijven. Het vroeg nogal wat inspanning en investering, zowel op materieel vlak als wat doorzettingsvermogen betreft. In principe kon iedereen lid worden van de Gooische Wieler Club, maar het waren vooral mensen uit betere kringen. Al telde De Adelaar enkele fabrieksarbeiders, het merendeel was afkomstig uit de gegoede burgerij. Racefietsen waren duur en je had ook nog eens vrije tijd nodig om te trainen. Gereformeerden vond men niet in de gelederen van De Adelaar. De voorliefde van het fietsen ging vaak over van vader op zoon. Een voorbeeld is Willem Schlebaum, nationaal kampioen op de baan in ’26, ’30 en ’32, wiens vader ook al fietste. Bij de familie Spierenburg bevonden zich eveneens verschillende generaties op de fiets. Wanneer zoonlief zich op het fietsen had gestort en fanatiek aan het trainen was, gebeurde het regelmatig dat vader een taak op zich nam als bestuurslid van de club. Wanneer de Gooische Wieler Club een clubwedstrijd organiseerde, huurde de vereniging voor het gevolg vaak een touringbus om de renners op verschillende plekken langs het parcours te zien langskomen. De ouders namen vaak eten mee om de renners te foerageren. Wanneer er geen eten meer was, klopten de renners rustig tijdens een wedstrijd aanbij een boer voor een sneetje brood.

 

De wielerbaan

In Hilversum was er ook een wielerbaan. Deze wielerbaan was gebouwd in ’34 bij Hilversum Sportpark, waar nu het R.O.C. zit. Het was een particulier initiatief van verschillende oud coureurs die tevens lid waren van De Adelaar. Franssen (aannemer), Jansen (oud baanwielrenner), Rienstra (directeur van een slachthuis) en Schlebaum (professioneel gangmaker) waren degenen die de houten wielerbaan realiseerden. Er waren zitplaatsen voor duizend man, met een toegangsprijs van veertig cent voor een volwassene en een kwartje voor een kind. De toeschouwers zaten overdekt en een deel van de baan was dat ook. De baan was 250 meter in de rondte. Wanneer er grote nationale en internationale wedstrijden in de RAI werden gereden, kwamen die renners vaak naar Hilversum om nog wat prijzengeld mee te pikken. Daarnaast werden er ook nog clubwedstrijden en wedstrijden van Midden Nederland op verreden. De beroepsrenners kregen voor een eerste plek op het hoofdnummer, de vijftig kilometer koppelwedstrijd, 150 gulden. De amateurs verdienden geen geld met deze wedstrijden en kregen enkel medailles. Na de oorlog is er nog een nieuwe baan gebouwd bij Anna’s Hoeve, waar tegenwoordig de Veldrit van Hilversum wordt gehouden.

 

Vlak voor de oorlog

De populariteit van het fietsen in Midden Nederland nam enorm toe vlak voor de oorlog. Steeds meer wedstrijden werden er georganiseerd. De Gooische Wieler Club telde reeds meer dan vijftig leden. De Duitse inval in Nederland gooide echter roet in het eten. Er waren geen banden meer beschikbaar en koersen op houten banden was geen optie. De wielerbaan op Sportpark werd afgebroken om te dienen als brandhout. Er werden geen wedstrijden meer verreden, maar het bestuur van De Adelaar bleef bestaan. Na 1945 pikten zij de draad weer op en organiseren tot heden nog steeds de Wielerronde van Hilversum in september rond het stadhuis.

 

Roderik Egberink

 

Deel dit bericht...Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+Email this to someone